Noachieden van de Lage Landen

Kli

Een handboek voor Noachieden: basisbeginselen en ethisch verantwoord handelen. 

De Noachiede wetten: Hun betekenis en logica

De 7 Noachide-wetten werden aan de mensheid gegeven vele jaren voordat het Joodse volk hun geboden ontving. Deze wetten zijn universeel en zijn bedoeld om de hele mensheid in staat te stellen zich te verbinden met hun Schepper. Ze zijn als volgt:


1. Wees goed voor dieren. Eet geen ledemaat dat is afgesneden van een levend dier. Wees niet wreed.

2. Eerbiedig G'd Naam

3. Dien alleen G'd. Vereer niets buiten Hem

4. Wees trouw aan je echtgenoot. Pleeg geen overspel

5. Bevorder een goed rechtstelsel.

6. Respecteer het eigendom van een ander. Steel niet

7. Koester het leven: moord niet!

Op het eerste gezicht lijken deze zeven wetten erg willekeurig, maar ik zal proberen hun logica te verduidelijken op basis van het commentaar van de Joodse Mysticus, De Maharal van Praag (1520-1609); ik hoop dat een duidelijker begrip van hun structuur zal leiden tot meer respect voor deze wetten en meer betekenis in de naleving ervan.

Het eerste onderscheid dat gemaakt moet worden is dat tussen wetten die betrekking hebben op interpersoonlijke relaties, en die welke betrekking hebben op G-d. Het is niet genoeg om een relatie met G-d te hebben en zijn kinderen te vergeten - een echt verfijnd persoon zal respect hebben voor de hele schepping. Omgekeerd is het niet genoeg om anderen geen schade te berokkenen zonder een relatie met G-d te hebben - "een aardig persoon zijn" heeft geen waarde in een G-dloos universum.


Wetten 2-4, het niet vervloeken van G-d's naam, het geloven in andere krachten dan G-d (zoals afgoderij), en zelfs overspel zijn allemaal dingen die geen schade toebrengen aan andere individuen. Intussen is het opzetten van rechtbanken, niet stelen of moorden, het minimale kader voor een goed functionerende samenleving.


Hoe zit het met het eerste en het vreemdste, het niet eten van de ledematen van een levend dier? De Maharal legt uit dat dit ons zelfcontrole komt bijbrengen. Je moet je eetlust onder controle houden en wachten tot het dier sterft voordat je het opeet. Deze kwestie komt meer voor dan men zou denken: vleesverwerkende bedrijven kunnen beginnen met het dier in stukken te hakken voordat het klaar is met het stuiptrekken, het punt waarop de Joodse wet het dier definieert als volledig dood voor dit doel.[3]


Deze wet die zelfcontrole leert staat op zichzelf als een soort "meesterwet", aangezien dit de eigenschap is die nodig is om alle andere wetten te vervullen - zonder zelfcontrole te leren kun je de verschillende verleidingen die zich aandienen niet weerstaan. Om dezelfde reden is het laatste van de Tien Geboden "begeer niet", om ons te leren dat een persoon zonder de zelfbeheersing om te weerstaan aan het begeerten van wat niet van hem is, uiteindelijk alle andere zonden kan overtreden.


Maar we kunnen de dingen nog steeds verder afbreken. Waarom drie geboden per categorie? De Maharal legt uit dat deze drie geboden dienen om de drie elementen van een persoon te vervolmaken en te beperken: hun fysieke lichaam, hun ziel en de volledige mens die voortkomt uit de combinatie van lichaam en ziel.


In het rijk van de mens tot G-d geldt overspel voor het lichaam van een persoon, omdat het een uitdrukking is van de verlangens van het fysieke lichaam; ondertussen geldt het geloof in alternatieve krachten voor de ziel, omdat deze door het denken alleen kan worden overtreden, in tegenstelling tot de meeste andere zonden die actie vereisen.


Het niet eerbiedigen van G'd Naam geldt voor beide, omdat het de wortel van het menselijk bestaan raakt - de mens is geschapen om God te aanbidden en hier doet hij precies het tegenovergestelde en ontkent hij zijn eigenlijke bestaan. Bovendien gaat het om de spraak, die het ontmoetingspunt is van het denken (denken aan wat te zeggen) en het handelen (het daadwerkelijk bewegen van de mond); het Jodendom leert dat spraak de verhevenste van de menselijke uitdrukkingen is en datgene wat de mens onderscheidt van alle andere schepselen.


In de mens tot mens dimensie komt stelen overeen met het lichaam van een persoon, omdat het een gevolg is van een fysieke drang naar iets dat niet van jou is.


Het opzetten van gerechtshovenhoven komt overeen met de ziel, want, zo legt de Maharal uit, het is onze ziel die hunkert naar gerechtigheid en waarheid en die dient als moreel kompas voor ons gedrag; het negeren van gerechtigheid is dan een klap voor onze ziel.


Tenslotte is moord de ultieme uitdrukking van minachting voor zowel lichaam als ziel, omdat het de verwijdering van een compleet mens uit de wereld inhoudt. De mens is naar het beeld van G-d geschapen en in deze wereld gezet om G-d te dienen; daarom komt het neerslaan van een mens overeen met het vervloeken van G-d's naam en het ontkennen van zijn bestaan.


Een interessante slotnoot is dat er een Joodse traditie bestaat dat zeven sleutelfiguren of samenlevingen uit de vroege geschiedenis respectievelijk tegen elk van deze zeven wetten hebben gehandeld (zo waren de rechtbanken in de stad Sodom routinematig schuldig aan grove onrechtvaardigheid, het schenden van wet nr. 5). Dienovereenkomstig kwamen er vanaf Abraham zeven individuen die dit gedrag corrigeerden door middel van het vastbesloten naleven van elk van deze wetten (b.v. Jozef toonde een enorme zelfbeheersing toen hij werd verleid door de vrouw van Potiphar, waardoor hij de wet #4 handhaafde).


Het verwijderen van God uit de vergelijking zet de veiligheid van morele relativiteit op het spel, waar absolute waarheid niet bestaat en waar jouw opium - of de mening van de maatschappij als geheel - niet meer geldig is dan de mijne. Op dat moment kan iedereen doen wat hij wil en zichzelf nog steeds "een aardig mens" noemen naar eigen maatstaven.


https://asknoah.org/wp-content/uploads/de-goddelijke-code-inleiding-auteur.pdf


Ask Noah: https://asknoah.org/

Toevoeging redactie DNC: inmiddels is de vierde druk uitgegeven en wordt in het Nederlands vertaald.


Waar komen de zeven Mitzwot vandaan?

Waar komen de 7 mitzwot  vandaan? En waarom geen 10? Maar wel uitgewerkt tot uiteindelijk 90 volgregels?.

Zoals overal in de wereld waar grotere groepen mensen samenkomen ontstaan er vragen, komen er antwoorden, waardoor binnen 1 grote groep soms weer kleinere groepen ontstaan. Hierdoor ontstaat er voor de buiten wereld soms een wat troebel beeld. Hoe zit dat nu met de zeven mitswot (een openbaring van een handeling/ gedachte die de Eeuwige van ons verlangt) voor Noachieden, zijn dat er “maar” zeven of mag je toevoegen, waarom staan er in de 7 mitswot geen feestdagen. Kortom veel vragen.

In alle groepen draait het altijd om de Wil van De Eeuwige die Hij uitte in de zeven mitswot:

Kent de Eeuwige, respecteer de Eeuwige, respecteer het leven, respecteer het huwelijk, respecteer bezit van een ander, respecteer dieren en zorg voor een rechtvaardige samenleving/ een rechtssysteem.

De Eeuwige is de Enige, Almachtige, Alomtegenwoordige. De Enige die alles in handen heeft en de Enige die aanbeden mag worden. In een persoonlijke relatie met Hem ga je leren om Hem volledig te vertrouwen en te beseffen dat er naast Hem geen ander is, dat Hij de vormer van het licht en van de duisternis is. De Gene die was voordat er iets was en de Gene die er altijd zal zijn, ook als er niets anders meer zou bestaan.

Alle groepen onderkennen dat de Eeuwige op twee manieren omgang heeft met de mensen in de wereld. De Eeuwige heeft een specifieke relatie met de Joden en heeft een specifieke relatie met Noachieden/niet-Joden. Voor beiden groepen geldt dat ze de Eeuwige moeten dienen overeenkomstig Zijn wil. Deze wil heeft Hij ons geopenbaard door middel van de Mondelinge en Schriftelijke Tora geven via Mozes op de berg Sinaï. Voordat aan Mozes de Tien Geboden werden gegeven, werden eerste de zeven mitswot herhaald en bevestigd als geldend voor de gehele mensheid. Daarna sloot de Eeuwige met het Volk Israël Zijn verbond. Zij zijn het volk die Hij wil gebruiken als een lichtend voorbeeld voor de wereld. Zij zijn het Priestervolk van de volkeren. Om deze priesterfunctie te kunnen vervullen hebben zijn meer mitswot nodig.

De wil van de Eeuwige is onveranderlijk, wat ons leert dat na de openbaring op Sinaï de Tora onveranderlijk is. Er kan niet aan worden toegevoegd en er kan niet aan worden afgedaan. Alle groepen zijn zich ervan bewust dat je een mitswa (enkelvoud van mitswot) niet mag toevoegen aan de Tora, of uit de Tora mag wegstrepen. Als je een verandering, hoe klein dan ook, aanbrengt aan de Tora wordt dat het maken van een nieuwe religie genoemd, wat verboden is. Joden mogen geen nieuwe religie maken. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de loelav- een bundel van 4 producten die gebruikt wordt bij Soekot. Als men daar 5 producten van zou maken is dat niet toegestaan omdat dat valt op het verbod van het maken van een nieuwe religie. Hetzelfde geldt voor Noachieden. Zij mogen de mitswot doen die de Eeuwige hun heeft gegeven, en ook zij mogen niet zomaar toevoegen of afstrepen. Kortom bij alles wat wij mensen doen, Joden of Noachieden, moeten we ons afvragen wat wil de Eeuwige.

Veel kennis over hoe Noachieden moeten leven is door de vele eeuwen verloren gegaan. Het is verloren gegaan omdat contact tussen Joden en Noachieden verboden was. De vroegere Noachieden zijn dan ook door de tijd heen uitgestorven, nieuwe aanwas was bijna onmogelijk op straffe van de dood door de christelijke wereld. Dat betekent praktisch dat heden ten dage deze kennis opnieuw ontdekt moet worden. Gelukkig is er veel informatie bewaard gebleven.

Deze informatie kan worden terug gevonden in de Tora, de Schriftelijke Tora en de Talmoed. De Talmoed bestaat uit twee delen. De Misjna – de Mondelingen Tora. Overgegeven van generatie op generatie, van vader op zoon, van leraar op leerling. En de Gemara. De commentaren die geschreven zijn op de Misjna.

In de Talmoed staan vooral teksten die ons leren waar we in de Tora de 7 mitswot kunnen vinden, waar komen de mitswot vandaan, welke basis hebben. De Rambam werkt vanuit de Talmoed en probeert alle mitswot en dus ook de 7 mitswot vanuit de Tora te verklaren. Het werk van De Rambam is daardoor erg belangrijk om de 7 mitswot te leren kennen. De Talmoed en het werk van de Rambam, de Misjnee Tora, zijn vrij technisch en geven niet altijd antwoord op de vraag: hoe passen we de 7 mitswot nu toe in het dagelijks leven.

Gelukkig zijn aan ons heel veel praktijk voorbeelden na gelaten door de Poskiem. De Poskiem waren Wijzen die antwoord gaven op de praktische vragen die oprezen in de samenleving. Deze zijn allen op schrift, de Responsa, gesteld en daardoor zeer interessant om te onderzoeken. Het vereist echter veel kennis, zoekwerk, denkwerk om uit al die informatie de juiste informatie te vinden en op schrift te stellen. Gelukkig is dat voor ons gedaan door rabbijn Moshe Weiner in het boek “The Divine Code”.

Een gemeenschappelijke basis vanuit Talmoed en Poskiem is belangrijk. Pas als er een gemeenschappelijk stevig fundament is gelegd is het mogelijk om steeds verder maximaal spiritueel te kunnen groeien en opbloeien. Maximale spirituele groei is alleen mogelijk binnen de grenzen die de Eeuwige geeft. ( Gewassen door doorschieten in hun groei, zijn vaak niet meer bruikbaar voor het doel waarvoor ze gepoot zijn)

Een punt van kritiek die Noachieden soms van de buitenwereld ontvangen is dat het “alleen maar” mogen doen van de 7 mitswot discriminerend is en dat je als Noachied en soort tweederangs mens bent ten opzichte van de Joden die wel alle 613 mitwot mogen ( moeten!) doen. Hierover wil ik drie punten opmerken:

Ten eerste niet-Joden mogen alle mitswot op zich nemen als ze dat willen. Maar het is geen keuze-pakket. Je doet alles, je wordt dus Joods, of je blijft bij de 7 mitwot en leeft als een goed Noachied. Als tweede punt wil ik opmerken dat Joden ook niet alle mitswot mogen of kunnen doen. Er zijn o.a. specifieke mitswot voor Cohaniem (priesters) , voor vrouwen, voor de Tempel, voor het land. Dat brengt ons dan gelijk bij punt drie over “discriminatie”. Als een Jood niet de mitswot mag doen die de Cohaniem wel mogen doen is dat niet een kwestie van discriminatie, maar een kwestie van een taakverdeling. Op die manier moet je ook kijken naar de 7 en de 613 miswot, tussen wat Joden doen en wat Noachieden doen. Het is de taakverdeling die de Eeuwige zo heeft gegeven en is dit de taakverdeling die voor de wereld als geheel goed is.

Dus een duidelijke scheiding is van belang. Je hebt de Joodse relatie met de Eeuwige en je hebt de Noachidische relatie met de Eeuwige. En beiden zijn even belangrijk en even gewilde door de Eeuwige, want alles is naar Zijn wil. Veel feesten, gebruiksvoorwerpen, rituelen en symbolen komen direct voort uit de geschiedenis van de Eeuwige met het Joodse volk. Logisch bezien hebben ze dus geen functie voor Noachieden, aangezien het niet de geschiedenis is van de Noachieden. Kennis nemen van deze Joodse geschiedenis is wel belangrijk, omdat we ervan kunnen leren hoe een relatie tussen de Eeuwige en mensen in de praktijk van de geschiedenis werkt. Zo kunnen we uit het verhaal van de Uittocht leren dat de Eeuwige altijd trouw is en zorgdraagt voor de mensen die van Hem houden en op Hem vertrouwen. Maar om een sedermaaltijd, geheel volgens Joods gebruik en traditie te vieren, is niet logisch. Immers het waren niet de Noachieden die uit het land van Egypte trokken. Maar betekent dat alle Joodse feestdagen dan taboe zijn? Nee, dat betekent het niet. Als we bijvoorbeeld kijken naar het feest van Soekot zien we daarin het geschiedenis-element, het wonen in loofhutten, wat alleen functioneel is om te doen door Joden, maar het feest is dualistisch en heeft ook een belangrijke functie voor Noachieden, voor de wereld. De Misjna vertelt ons dat de wereld wordt geoordeeld op Soekot over het water. Dat wil zeggen dat er voor de wereld wordt besloten of ze het komende jaar veel of weinig water krijgt, te veel of te weinig. Waarin je in het water dan mag zien of het je materiaal goed zal gaan of niet. Daarnaast is Soekot een belangrijke feestdag voor Noachieden omdat het ook het feest van verzoening is. In de Tempel brachten de Joden 70 stieren voor de wereld om de wereld zo op te heffen tot de Eeuwige. We zien dus twee elementen, oordeel over het water, verzoening met de Eeuwige die voor Noachieden van belang zijn en dus ook zeker op Soekot herinnerd en gevierd mogen worden. Als Noachieden echter de Joodse gebruiken gaan over nemen, d.z.w. een loofhut gaan bouwen en dat gedeelte van het feest gaan benadrukken, wordt het feest eigenlijk ingeperkt in zijn grootheid en gaat het universele karakter verloren. Zo is het belangrijk om bij de feesten dus te kijken naar het universele karakter van het feest. Of om het kort te zeggen; Joden vieren de feesten op een Joodse manier en Noachieden vieren het op hun manier. En beide manieren moeten elkaar aanvullen als twee puzzelstukjes. Maar als je twee dezelfde puzzelstukjes hebt, kun je niks in elkaar passen. Herinneren van belangrijke gebeurtenissen, het vieren van feesten is belangrijk en noodzakelijk om een positieve identiteit te ontwikkelen. Zonder een eigen geloofsbeleving en invulling daarvan ontstaat er geen Noachidische gemeenschap of samenleving. Een gezonde samenleving heeft elementen nodig die zorgen voor verbinding. Noachieden moeten dit doen binnen de grenzen en de mogelijkheden van de 7 mitswot. Aangezien de grenzen en de mogelijkheden voor Noachieden nog een gebied van onderzoek is, is het belangrijk om dit te onderzoeken met de rabbijnen van vandaag die die kennis hebben en weten wat de grenzen zijn.

Zoals we hier boven hebben kunnen lezen is er dus ruimte voor het vieren van feesten. Dit weten we vanuit de Mondelinge en Schriftelijke Tora. Kunnen we dit ook zien vanuit de 7 mitswot zelf.

Een misvatting over de 7 mitswot is dat “maar” 7 regels zijn. Echter elke mitswot bestaat uit een positief en een negatief element. Zo heeft gebod “Respect voor het leven, het leven bescherming” de tegenpool, verbod, “om iemand te vermoorden”. Dan heb je er zeg maar al

“14” . Maar je kunt ze nog veel veel verder vertakken, zodat je uitkomt op ongeveer 90 mitswot. Nog een voorbeeld het verbod op diefstal heeft als tegenpool het gebod om “tsadaka” te geven. Dat kan zijn dat je aan arme mensen geldt geeft, maar je kunt het ook nog verder oprekken naar dat je iemand je tijd geeft. Soms is het wat lastiger om te ontdekken waar iets toe behoort. Bijvoorbeeld moeten Noachieden bidden. Je zou kunnen denken van niet omdat dat niet specifiek in één van de zeven regels staat. Toch lezen we in Tenach dat de Tempel een bedehuis heet voor alle volkeren. De Eeuwige heeft dus wel de verwachting dat Noachieden gaan bidden. Sterker nog de Wijzen leren dat bidden hoort bij de mitwa van respect hebben voor de Eeuwige. Immers als je respect voor Iemand hebt, dan wil je toch een relatie met Diegene, dan wil je een goed gesprek. Gebed is spreken met de Eeuwige, en wat is een goed gesprek zonder dat Iemand terugspreekt, en dus spreekt de Eeuwige terug, via Tora en Tenach. Dus onder deze tweede mitwa zien we de verplichting om Tora te studeren. Noachieden geven er dan ook de voorkeur aan om de parasjot ( het wekelijkse gedeelte van de Tora, zoals deze in de synagoge wordt gelezen) te volgen. Tora studie is belangrijk. Immers hoe zou je de Eeuwige anders kunnen leren kennen, hoe zou je weet kunnen hebben van de 7 mitswot die we moeten doen. En van wie beter kunnen we de parasjot en hun uitleg leren dan van het Joodse Volk, wat ons licht is, wat onze leraar is. Zij die de parasjot eeuwen en eeuwen al hebben gestudeerd. Echter bij alles wat Noachieden doen moeten ze alert zijn op de grenzen, er mag geen vermenging optreden. Zo ook niet bij Tora-studie. Tora-studie in diepte, leren om het leren, niet leren om in de praktijk uit te voeren is alleen voor het Joodse volk bedoeld.

Zeven mitswot voor Noachieden, zijn dus 7 categorieën die je kunt uitbouwen tot wel 90 losse leefregels. Een goed hulpmiddel bij het bepalen wat wel of niet voor Noachieden is, is de regels dat alle mitswot gedaan mogen worden zolang ze logisch zijn. Bijvoorbeeld het eren van je ouders. Echter alle mitswot die niet gebaseerd zijn op een bepaalde logica, maar de relatie/ de geschiedenis uitdrukken/ of heel direct de wil van de Eeuwige voor een Jood zijn, mogen niet worden overgenomen. Er is ruimte voor feesten, samenkomsten, gebed, studie en nog veel meer. Met inachtneming van de positie van onze grote broer, het volk Israël, met inachtneming voor de Grenzen die de Eeuwige Wil en heeft gegeven.

Looft de HERE, alle gij volken, prijst Hem, alle gij natiën; want zijn goedertierenheid is machtig over ons, en des HEREN trouw is tot in eeuwigheid. Halleluja. Looft de HERE, want Hij is goed, ja, zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. Laat Israël nu zeggen: Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. Laat het huis van Aaron nu zeggen: Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. Laat wie de HERE vrezen, nu zeggen: Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. (Psalm 117 – Psalm 118:1-2)

Laten we Hem samen loven op de manier die Hij Wil, want Hij weet wat de juiste manier is om de wereld tot een plaats te maken waarin Hij kan en wil wonen.

Redactie DNC