Noachieden van de Lage Landen

Kli

Blog

Je kleden om indruk te maken.

Geplaatst op 8 maart, 2020 om 11:15

Je kleden om indruk te maken

Tetzaveh, met zijn precieze beschrijving van de “heilige gewaden” die de priesters en de hogepriester droegen “voor glorie en voor prach”, lijkt in tegenspraak te zijn met enkele fundamentele waarden van het jodendom.

De gewaden zijn gemaakt om gezien te worden. Ze waren bedoeld om indruk op het oog te maken. Maar het jodendom is meer een religie van het oor dan het oog. Het legt de nadruk op horen in plaats van zien. Het sleutelwoord is Shema, wat betekent: horen, luisteren, begrijpen en gehoorzamen. Het werkwoord sh-m-ais een overheersend thema van het boek Devarim, waar het maar liefst 92 keer voorkomt. Joodse spiritualiteit gaat meer over luisteren dan kijken. Dat is de diepe reden waarom we onze ogen bedekken wanneer we Shema Yisraelzeggen. We sluiten de wereld van het zicht af en richten ons op de wereld van geluid: van woorden, communicatie en betekenis.

De reden dat dit zo is, heeft te maken met de strijd van de Thora tegen afgoderij. Anderen zagen goden in de zon, de sterren, de rivier, de zee, de regen, de storm, het dierenrijk en de aarde. Ze maakten visuele representaties van deze dingen. Jodendom verwerpt deze hele manier van denken.

God is niet in de natuur maar daarbuiten. Hij schiep het en Hij overstijgt het. Psalm 8 zegt: “Wanneer ik Uw hemel aanschouw, het werk van uw vingers, de maan en de sterren die U op zijn plaats hebt gezet: wat is de mens dat u aan hem denkt, de mensenzoon dat U om hem geeft?” De uitgestrekte ruimte is voor de psalmist niet meer dan “het werk van uw vingers”. De natuur is het werk van God, maar niet zelf God. God kan niet gezien worden.

In plaats daarvan openbaart Hij Zich hoofdzakelijk in woorden. Op de berg Sinaï zei Mozes: “De Heer heeft vanuit het vuur tot u gesproken. Je hoorde het geluid van woorden maar zag geen vorm; er was alleen een stem”(Deut. 4:12). Elia ontdekte tijdens zijn grote ervaring op de berg dat God niet in de wind, de aardbeving of het vuur was, maar in de kol demamah dakah, de “nog steeds zachte stem”.

Het is duidelijk dat de Mishkan (de Tabernakel) en later de Mikdash (de Tempel) hierop uitzonderingen vormden. Hun nadruk lag op het visuele en een belangrijk voorbeeld daarvan zijn de heilige gewaden van de priesters en hogepriester, bigdei kodesh.

Dit is zeer onverwacht. Het Hebreeuws voor “kledingstuk”, b-g-d, betekent ook “verraad”, zoals in de bekentenis die we op boete/berouwvolle dagen zeggen: Ashamnu bagadnu: “We zijn schuldig geweest, we hebben verraden.” In Genesis, wanneer een kledingstuk een belangrijk element in het verhaal is, houdt het enige misleiding of verraad in.

Zo waren er de bedekkingen van vijgenbladeren die Adam en Eva voor zichzelf hadden gemaakt na het eten van de verboden vrucht. Jacob droeg de kleren van Esau toen hij zijn zegen door bedrog overnam. Tamar droeg de kleren van een prostituee om Juda te misleiden om bij haar te liggen. De broers gebruikten de met bloed besmeurde mantel van Jozef om hun vader te misleiden door hem te laten denken dat hij was vermoord door een wild dier. Potifars vrouw gebruikte de mantel die Jozef had achtergelaten als bewijs voor haar valse bewering dat hij haar had geprobeerd te verkrachten. Jozef profiteerde zelf van zijn onderkoningskleding om zijn identiteit voor zijn broers te verbergen toen ze naar Egypte kwamen om voedsel te kopen. Het is dus uitzonderlijk ongebruikelijk dat de Thora zich nu op een positieve manier bezighoudt met kleren, kleding en gewaden.

Kleding heeft te maken met oppervlakte, niet met diepte; met het uiterlijke, niet het innerlijke; met uiterlijk in plaats van realiteit. Des te vreemder is het dus dat ze een belangrijk element van de dienst van de priesters zouden moeten vormen, gezien het feit dat “mensen naar de uiterlijke verschijning kijken, maar de Heer kijkt naar het hart ” (1 Sam. 16: 7).

Even vreemd is het feit dat we voor het eerst het concept van een tenue tegenkomen, dat wil zeggen een gestandaardiseerde vorm van kleding die niet wordt gedragen vanwege het individu dat ze draagt, maar vanwege de functie dat hij bekleedt, zoals Cohen of Cohen Gadol. In het algemeen richt het jodendom zich op de persoon, niet op de functie of ambt. Concreet bestond er niet zoiets als een tenue voor profeten.

Tetzaveh is ook de eerste keer dat we de uitdrukking “voor glorie en voor pracht” tegenkomen, die het effect en het punt van de kleding beschrijft. Tot nu toe is er alleen over kavod “glorie” gesproken in relatie met God. Nu moeten mensen een deel van dezelfde glorie delen.

Dit brengt ons naar de esthetische schoonheid van vakmanschap en het visuele

In onze parasja verschijnt ook het woord tiferet voor de eerste keer. Het woord heeft het gevoel van pracht en praal, maar het betekent ook schoonheid. Het introduceert een dimensie die we nog niet expliciet in de Thora zijn tegengekomen: de esthetiek (ethiek van de kunst). We zijn morele schoonheid tegengekomen, bijvoorbeeld Rebecca’s vriendelijkheid voor de bediende van Abraham bij de bron. We zijn fysieke schoonheid tegengekomen: Sara, Rebecca en Rachel worden allemaal als mooi beschreven. Maar het Heiligdom en zijn dienst brengen ons voor het eerst naar de esthetische schoonheid van vakmanschap en het visuele.

Dit is een continu thema met betrekking tot de Tabernakel en later de Tempel. We vinden het al in het verhaal van de binding van Izaäk op de berg Moria die later de plaats van de Tempel zou worden: “Abraham noemde de plaats ' God zal het zien '. Daarom wordt er vandaag gezegd:' Op Gods berg, Hij zal gezien worden '”(Gen. 22:14). De nadruk op het visuele is onmiskenbaar. De Tempel zou gaan over zien en gezien worden.

Evenzo spreekt een bekend poëtisch gebed over Jom Kipoer over Mareih Cohen, “het verschijnenvan de Hogepriester” zoals hij op de heiligste dagen in de Tempel functioneerde:

Zoals het beeld van een regenboog die midden in de wolk verschijnt ...

Zoals een roos in het hart van een prachtige tuin ...

Als een lamp flikkerend tussen de raamlatten ...

Als een kamer behangen met hemelsblauw en koninklijk paars ...

Als een tuinlelie die door de doorn doordringt ...

Zoals het uiterlijk van Orion en Pleiaden, gezien in het zuiden ...

Deze leidden tot het refrein: “Hoe gelukkig was het oog dat dit alles aanschouwde.” Waarom overheerste het visuele specifiek met betrekking tot de Tabernakel en de Tempel?

Het antwoord is ten diepste verbonden met het Gouden Kalf. Wat die zonde liet zien, is dat de mensen zich niet volledig konden verbinden met een God die hun geen permanent en zichtbaar teken van Zijn aanwezigheid gaf en met wie alleen door de grootste profeten kon worden gecommuniceerd. De Thora werd aan gewone mensen gegeven, niet aan engelen of unieke individuen zoals Mozes. Het is moeilijk te geloven in een God van overal-in het algemeen-maar-nergens-in het bijzonder. Het is moeilijk om een ​​relatie met God te onderhouden die alleen zichtbaar is in wonderen en unieke gebeurtenissen, maar niet in het dagelijks leven. Het is moeilijk om je met God te verbinden als Hij zich alleen als overweldigende kracht manifesteert.

Dus de Mishkanwerd het zichtbare teken van Gods voortdurende aanwezigheid te midden van de mensen. Degenen die daar dienden, deden dit niet vanwege hun persoonlijke grootheid, zoals Mozes, maar vanwege hun geboorte en ambt, gesignaleerd door hun gewaden. De Mishkan staat voor erkenning van het feit dat menselijke spiritualiteit over emoties gaat, niet alleen over intellect; het hart, niet alleen de geest. Vandaar esthetiek en het visuele als een manier om gevoelens van ontzag op te wekken. Dit is hoe Maimonides het in The Guide for the Perplexed zet:

Om de eerbied van de Tempel te verhogen, ontvingen degenen die daarin dienden grote eer; en de priesters en levieten werden daarom onderscheiden van de rest. Er werd bevolen dat de priesters naar behoren gekleed moesten worden met mooie en goede kleding, “heilige kleding voor glorie en voor pracht” (Ex. Xxviii. 2) ... DeTempel moest door iedereen in grote eerbied worden gehouden. (Guide, Book III, hoofdstuk 44)

De gewaden van de dienaren en het Heiligdom / de Tempel waren er voor om de glorie en pracht te geven die ontzag opwekte, en niet zoals Rainer Maria Rilke het in de Duino Elegies plaatste: “Want schoonheid is niets anders dan het begin van terreur, die we nog steeds net kunnen verdragen.” Het doel van de nadruk op de visuele elementen van de Mishkan, en de grootse gewaden van degenen die daar dienden, was een sfeer van eerbied te creëren omdat ze wezen op een schoonheid en pracht boven zichzelf, namelijk God Zelf.

Kunst en architectuur kunnen depressies opheffen en de zintuigen prikkelen

Maimonides begreep de emotionele kracht van het visuele. In zijn acht hoofdstukken, als inleiding op zijn commentaar op traktaat Avot, zegt hij: “De ziel moet rusten en doen wat de zintuigen ontspant, zoals kijken naar prachtige decoraties en objecten, zodat de vermoeidheid ervan wordt verwijderd.” Kunst en architectuur kunnen depressies opheffen en de zintuigen prikkelen.

Zijn focus op het visuele stelt Maimonides in staat om een ​​anders moeilijk te begrijpen wet uit te leggen, namelijk dat een Cohen met een fysieke smet niet in de Tempel mag dienen. Dit druist in tegen het algemene principe van Rachmana liba ba’i: “God wil het hart”, de innerlijke geest. De uitsluiting, zegt Maimonides, heeft niets te maken met de aard van gebed of Goddelijke dienstbetoon, maar eerder met populaire opvattingen. “De menigte beoordeelt de mens niet op basis van zijn ware vorm” maar in plaats daarvan schrijft en oordeelt hij naar uiterlijkheden. Dit kan verkeerd zijn maar het was een feit dat niet kon worden genegeerd in het Heiligdom, wiens hele doel was om de ervaring van God op aarde te brengen in een fysieke structuur met regelmatige routines uitgevoerd door gewone mensen. Het doel was om mensen de onzichtbare Goddelijke aanwezigheid in zichtbare fenomenen te laten voelen.

Zo is er een plaats voor esthetiek en het visuele in het leven van de geest. In de moderne tijd zag vooral Rabbijn Kook uit naar een vernieuwing van Joodse kunst in het herboren land van Israël. Hijzelf, zoals ik elders heb geschreven, hield van Rembrandts schilderijen en zei dat ze het licht van de eerste scheppingsdag vertegenwoordigden. Hij was ook een voorstander van de Bezalel Academy of Art, een van de eerste tekenen van deze vernieuwing.

Hiddur mitswa - schoonheid brengen om een bevel uit te voeren - gaat helemaal terug naar de Mishkan. Het grote verschil tussen het oude Israël en het oude Griekenland is dat de Grieken geloofden in de heiligheid van schoonheid, terwijl het jodendom sprak over hadrat Kodesh, de schoonheid van heiligheid.

Ik geloof dat schoonheid kracht heeft en in het jodendom heeft het altijd een spiritueel doel gehad: ons bewust maken van het universum als een kunstwerk dat getuigt van de allerhoogste Kunstenaar, God zelf.

Shabbat Shalom

Rabbijn Jonathan Sacks

(Er is toestemming van het kantoor van rabbijn Sacks om de parashot in het Nederlands te vertalen voor de Nederlandse Noachidische gemeenschap. Mits erop gewezen wordt dat een vertaling altijd een vertaling is en met vermelding van de link naar het origineel, https://rabbisacks.org/wp-content/uploads/2020/03/CC-5780-Dressing-to-Impress-Tetzaveh-5780.pdf )

Categorieën: Geen

Plaats een reactie

Oeps!

Oops, you forgot something.

Oeps!

De woorden die je hebt ingetypt komen niet overeen met de opgegeven tekst. Probeer het nogmaals.

0 reacties