GEBEDEN

Klik hier om de ondertitel te bewerken

Waarom Noach en geen Adam?

De zeven voorschriften heten geen Adamitische wetten. Door de zondeval en de tien generaties na Adam die niet deden wat goed was in de ogen van G’d, verloor Adam zijn patriarchale status. Hij was wel de lichamelijke maar niet meer de geestelijke voorvader van de mensheid. Noach werd voor deze positie uitverkoren omdat hij een ‘rechtschapen man’ was, ‘onberispelijk onder zijn tijdgenoten’ (Genesis 6:9).

Daarom gelden niet de zes wetten van Adam, maar de zeven wetten van Noach als richtlijn voor alle volkeren omdat G-d na de vloed een verbond sloot met Noach. Het teken van het verbond dat G-d met Noach sloot was de regenboog, die met haar zeven kleuren een eeuwige herinnering vormt aan de zondvloed en Hasjeems belofte aan Noach om de mens nooit meer 

Is er verschil tussen Torah en de zeven Noachidische geboden?

Er is geen principieel verschil tussen de Tora en de zeven Noachidische geboden. Noachiden wijken in hun geloof niet af van de Joodse geloofsprincipes en houden er geen fundamenteel ander gedachtegoed op na. G-d heeft de wereld geschapen en de mens zeven opdrachten meegegeven. Wanneer deze geboden nageleefd worden, is er kans op een vredige wereld.

Avraham heeft zich door zijn erkenning van de éénheid van G-d onderscheiden van zijn omgeving. Door zijn uitzonderlijke religieuze en menselijke eigenschappen koos G-d hem uit als voorvader van een volk met een aparte missie. Uiteindelijk werd die aparte status bezegeld bij de berg Sinaï. Wij (Joden) geloven niet dat onze manier van leven de enige manier is en dat iedereen die niet volgens ons geloof leeft naar de hel zal gaan.

Noachiden en de de 613 Tora voorschriften

Men vraagt me wel eens: mogen niet-Joden de 613 Joodse geboden doen? 

De zeven Noachidische wetten zijn de zeven hoofdregels waaruit vele andere regels voortvloeien. Overtreding van deze geboden is strafbaar voor hen.

De Joodse geboden zijn voor hen optioneel. Hoewel de 613 geboden in de Tora niet bindend zijn voor Noachiden, staat het hen vrij om de meeste van deze geboden vrijwillig op zich te nemen. Hier staat ook een Hemelse beloning tegenover. Ze mogen Sjawoe’ot, het Wekenfeest, vieren, want toen zijn de geboden gegeven en ook Rosj hasjana, Joods nieuwjaar want toen werd Adam geschapen. Op deze dag wordt de hele mensheid geoordeeld. Niet-Joden mogen echter de Sjabbat niet als rustdag houden zoals de Joden doen. Ze mogen ook geen nieuwe feestdagen instellen. Geboden die uitsluitend van toepassing zijn op leden van het Joodse volk zijn het houden van Sjabbat of Joodse feestdagen op Joodse wijze, het bestuderen van de Tora gedeeltes die niet relevant zijn voor de Noachidische wetten, het schrijven van een Tora rol, het maken of dragen van tefillien (gebedsriemen), het maken of bevestigen van een mezoeza (Tora tekst aan de huisdeuren) en het accepteren van een alija (opgeroepen worden voor de Tora).

Noachidische geboden als bron van internationaal recht.

De zeven Noachidische geboden vormen de basis van vele culturen. De bekende 17e eeuwse jurist Hugo de Groot haalt deze wetten nogal eens aan als vroege bron van het internationale recht. De Groot houdt zich bezig met de vraag of het verbod op bloedvergieten uit Genesis (9:5-6) verhindert oorlogen te voeren. Zijn antwoord luidt, dat dit oorlog voeren niet belemmert. Als bewijs citeert hij het voorbeeld van Avraham, die de wapens opnam tegen de vier koningen. De Groot veronderstelt dat Avraham op de hoogte was van de Noachidische wetten en zich daaraan hield.  

Verder haalt De Groot de oorlog van de Joden, die Egypte net verlaten hadden, tegen de Amalekieten aan. Hij stelt daarbij, dat Mosjeevoor het voeren van deze oorlog G-d niet consulteerde (Ex. 17:9) hoewel hij het Opperwezen normaliter wél raadpleegde. Dit zijn duidelijke bewijzen, dat de Noachidische wetten oorlog als zelfverdediging toelaten.

Tora en pacifisme

De Tora is niet pacifistisch. Oorlog is soms gerecht­vaardigd. Strijd werd echter nooit verheerlijkt. De Tora-benadering van het oorlogsvraagstuk lijkt paradoxaal. Geweld mag toegepast worden om vrede te bewaren. Vrede staat hoog genoteerd in de  waarden hiërarchie van de Tora maar onder omstan­digheden is geweld een deugd.

Ondanks de grote nadruk op vrede, spreken de klassieke bronnen klare taal: ‘Wanneer iemand er op uit is U te doden, wees hem dan voor en dood hem eerst’ (Sjoelchan Aroech I:329:6): ‘Wanneer vijandige troepen zelfs maar dreigen aan te vallen, gaat men hen gewapend tegemoet en is het zelfs toegestaan de Sjabbat­rust te ontwijden’.

Omtrent de Tora stelt koning Salomo in Spreuken (3:17) dat ‘al haar paden vreedzaam zijn’. Dit lijkt in schril contrast te staan tot de oorlogswetgeving, waar zelfs een dreiging serieus genomen wordt.

Zelfverdediging is niet alleen geoorloofd;  het is zelfs een plicht. Waarom wordt zelfverdediging gezien als een religieuze opdracht? De Tora en de vertegenwoordigers van haar waarden werden door G-d in de geschiedenis geplaatst om in de loop der tijden bepaalde doelen te bereiken. De menselijke factor is hierbij onmisbaar. ‘U bent mijn getuigen, zegt G´d, en Mijn dienaar, die Ik heb gekozen’ (Jesjaja 43:10). Als volk van G-d zijn hun overtuigingen, moreel niveau en uiteindelijk hun fysieke bestaan een G´dsbewijs. Een verdedigingsoorlog wordt verplicht omdat de Tora erfenis levend moet blijven. De Tora eist niet, dat wij onze doodsvijanden onvoorwaardelijk liefde betonen. Wel leert de Tora alleen wreedheid en slecht gedrag te haten maar niet de persoon. Ook onze vijanden zijn mensen. De Tora leert te vergeven en te vergeten. Religie verdraagt zich niet met langdurige haatgevoelens. Maar dit laat het recht op zelfverdediging onverlet.

Het recht op leven.

De keerzijde van een verbod op bloedvergieten is het recht op leven. Hoe staat de Tora daar tegenover? De Tora beschermt dit recht in Ex. 20:12: ‘Gij zult niet moorden’ en in Genesis 9:6: ‘Wie ‘s mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden want naar het beeld van G-d heeft Hij de mens gemaakt’. Met name deze laatste woorden vormen een centraal thema in ons denken. Het houdt in dat de mens gezien wordt als een spiritueel wezen en in staat is tot goeddoen en liefde. Mense­lijk leven afbreken is daarom hoogverraad aan de Tora. Moord verdrijft de 

G´ddelijke aanwezigheid uit de wereld. ‘Hij die een mens doodt, vernietigt een hele wereld’ (Sanhedrien 4:5).

De jongste ontwikkeling op het gebied van abortus- en euthana­siewetgeving staan op gespannen voet met de Tora-visie op het leven. In deze tijd wordt de waarde van het leven in brede kring met de mond beleden. Toch staat het leven niet werkelijk hoog in aanzien. Sommige ‘idealisten’ zijn bereid om honderden on­schuldige mensen te doden om hun doelen te bereiken. Velen keuren dit af maar kunnen er niettemin ‘begrip’ voor opbren­gen. Begrip voor misdaad is delen in het kwaad.

De mens als product van een toevallige evolutie is van weinig betekenis. Maar een mens, gecreëerd door G-d voor een verheven doel, wint aan inhoud. Hier ligt de essentie van de Tora-benadering. In het Tora-denken is het verbod op doden absoluut van karakter en door G´d gegeven. De geschiedenis leert, dat ‘man-made’ overtuigingen tot rechtvaar­diging van genocide zonder weerga kunnen leiden, zoals aange­toond in de annalen van de Tweede Wereldoorlog en de oorlog in Joegoslavië.

Doodstraf

Het verbod op bloedvergieten staat ook de ter doorveroordeling van een misdadiger niet in de weg. De Tora besteedt veel aandacht aan het slechte gedrag van de mensen uit Sedom. Avraham, houdt een vurig pleidooi om de stad en omgeving te sparen. Uiteindelijk lukt dit niet. G-d vernietigt Sedom en Gomorra. Dit maakt de vraag naar de doodstraf hoogst actueel. De wereld reageert telkens weer zeer verdeeld op de doodstraf. Mogen wij andermans leven nemen?

Een moordenaar krijgt de doodstraf: ‘Wie het bloed van mensen vergiet, zijn bloed zal door de mensen vergoten worden. Want G-d heeft de mens naar Zijn beeld gemaakt’  (9:6). Hier lijkt de doodstraf een dwingende noodzaak. Iemand die koelbloedig andermans leven neemt, verliest zelf het recht verder te leven. Voorstanders van de doodstraf stellen dat respect voor menselijk leven meebrengt, dat de mens niet ongestraft gedood kan worden. Toch worden in de Tora niet alle gevallen van doodslag met de doodstraf bekocht. Kaïn, David en Achav worden wel gestraft maar niet met een doodvonnis. In 1870 werd de doodstraf in Nederland afgeschaft. Na de Tweede Wereldoorlog werd de doodstraf weer even ingevoerd. Het Sanhedrien te Jeruzalem was reeds 40 jaar vóór de verwoesting van de Tempel, in het jaar 30 na de gewone jaartelling, gestopt met het toepassen van de doodstraf.

In de Talmoed wordt zeer terughoudend met de doodstraf omgesprongen. Zo wordt de wet van ‘de weerspannige zoon’ – die als hij het te bont maakt ter dood veroordeeld kan worden – vier pagina’s lang in de Talmoed besproken (B.T. Sanhedrien 68b-72a) maar daarna wordt besloten dat het geval van ‘de weerspannige zoon’ nooit is voorgekomen en ook nooit zal voorkomen. Deze wet werd alleen gegeven voor studie, maar niet voor de praktijk. In B.T. Sanhedrien 51b wordt de studie van de doodstraffen vergeleken met de studie van de offers, die ook geen praktijk meer zijn.

In de Misjna (Makkot 1:10) wordt gesteld dat een Sanhedrien, dat iemand één keer per zeven jaar ter dood veroordeelt, beschouwd wordt als een bloedbank. Rabbi Elazar ben Azarja meent dat zelfs één keer in de 70 jaar al veel te veel is. Rabbi Tarfon en Rabbi Akiva stellen dat als zij in het Sanhedrien zouden hebben gezeten, er nooit een doodstraf zou zijn uitgesproken. Maar Rabbi Sjimon ben Gamli’eel stelt dat dit averechts zou werken: ‘Met zo een opstelling zouden er veel moordenaars onder Israël zijn’.

Toch werd de doodstraf voor levensgevaarlijke criminelen, soms zelfs tot in de Middeleeuwen, nog uitgesproken. Waar de Joodse rechtbanken met deze juridische bevoegdheden waren bekleed, zoals in Spanje onder de heerschappij van de moslims, werden soms doodvonnissen uitgevoerd, wanneer bepaalde individuen een ernstige bedreiging vormden voor de gemeenschap. In de Responsa van Maharam Lublin (138) staat beschreven dat deze Joodse rechtbanken liever niet een van de vier Bijbelse doodstraffen toepasten, om niet de schijn te wekken dat zij zich Sanhedriale bevoegdheden aanmaten. Toen de eerste moordzaak in de staat Israël werd gehouden telegrafeerden beide Israëlische Opperrabbijnen de minister van Justitie de doodstraf onmiddellijk af te schaffen. Een doodvonnis achtten zij in strijd met de Joodse wet. Toch werd Eichmann ter dood veroordeeld vanwege genocide. Soms kan men niet anders.

Eerdere pogingen om het Noachidische wetstelsel te doen herleven

De meeste Noachidische wetten staan niet expliciet vermeld in de Tora omdat Mosjee slechts die wetten beschreef, die G-d Zelf via hem aan het Joodse volk meedeelde.

Tegenwoordig worden veel pogingen ondernomen om het Noachidische gedachtegoed nieuw leven in te blazen. Dat is niet iets van deze tijd maar is al een oud streven. Maar het heeft een sluimerend bestaan geleid omdat wij (Joden) geen missie bedrijven en de ons omringende volkeren ons vaak verboden om onze overtuiging uit te dragen. Maar na de Emancipatie kwamen toch weer nieuwe initiatieven los. Ongeveer anderhalve eeuw geleden werden weer serieuze pogingen ondernomen om het Noachidische wetstelsel te doen herleven. Nu het Joodse volk zijn morele voortrekkersrol weer durft op te pakken, heeft ook de Noachidische leer weer meer aanzien gekregen.

Universele religie

De wetten van Noach zijn als zodanig van groot belang voor het hedendaagse oecumenisch streven. Ze staan uitgewerkt in de Talmoed, die opgeschreven is tussen 200 en 500 na de gewone jaartelling.  Maar toen heersten de Romeinen wreed over Israël. Die trokken zich niets aan van Joodse opvattingen over universeel recht. Het recht van de sterkste gold toen. 

Des te opmerkelijker en overtuigender spreekt dit voor de oprechtheid van de Talmoedgeleerden. Waarheidsgetrouw volhardden zij in hun streven naar een universeel recht. Inderdaad deden zij dat in een tijd van voortdurende vervolging door vijandige overheden.  

Monotheïsme

De Wijzen van de Talmoed stelden het Noachidische systeem voor als een religie voor de gehele mensheid. Het Noachidische G-dsbegrip wijkt niet af van het pure monotheïsme van Mosjee en de Joodse profeten. Het enige verschil tussen het Joods-religieuze systeem en het Noachidische stelsel is van praktische aard. De Talmoed verwacht slechts van de Noachidische bekeerling, dat hij of zij de wetten van Noach aanvaardt als het resultaat van een G-ddelijke openbaring. Hoewel veel Noachidische voorschriften ingang vonden bij vrijwel alle volkeren, zoals het verbod van stelen en moorden, hebben zij dit niet aanvaard als G-ddelijke wetten. Zij achtten het raadzaam zich aan deze wetten te houden op rationele gronden, omdat een maatschappij daarzonder ondenkbaar is. 

Diniem, rechtspraak en wetgeving

Kunnen de zeven Noachidische geboden nog uitgebreid worden? Laten we als voorbeeld het gebod van ‘diniem’ (rechtspraak) nemen. Op grond van de Babylonische Talmoed (Sanhedrien 59a), zijn alle Geleerden het erover eens, dat hieronder zowel een gebod als een verbod valt. Het gebod is de instelling van rechtbanken en het verbodsaspect hiervan houdt in, dat elke daad, die als mogelijk gevolg heeft, dat er een onjuiste beslissing door de rechtbank wordt genomen, ongeoorloofd is. Verder vallen onder het gebod van rechtspraak vele bepalingen uit het Joodse wetsysteem. Zo zijn de volgende Joodse bepalingen ook van kracht voor de Noachiden: 

1. Het gebod om in elke leefgemeenschap rechters en uitvoerders van de rechtelijke beslissingen aan te stellen, in moderne termen: de rechterlijke en uitvoerende macht;  

2. Het gebod om de strijdende partijen voor de wet gelijk te behandelen en getuigen op degelijke wijze te onderzoeken; 

3. Een aantal verboden, zoals het verbod tegen overschrijden van bevoegdheden, het aannemen van steekpenningen, het voortrekken van de ene partij boven de andere als uiting van partijdigheid of angst voor één van de partijen, het bevoordelen uit medelijden van een armlastige of zielige partij bij het geding, het aanstellen van een onkundig of onbedreven rechter, het horen van één van de partijen in afwezigheid van de andere partij, eigenrichting en het afleggen van valse getuigenissen en nog enkele verboden, die Maimonides opnoemt bij de Tora verboden, in totaal 20 van de 613 ge- en verboden van de Tora.

Volgens Maimonides (1135-1204, Fostat) houdt het Noachidische gebod van rechtspraak slechts deze 20 bepalingen in. Nachmanides (1194-1270, Gerona) is echter de mening toegedaan, dat rechtspraak veel meer omvat dan de hiervoor opgesomde ge- en verboden. Nachmanides geeft dit aan in zijn commentaar op het Bijbelse verhaal van de verwoesting van de stad Sjechem door de stamvaders Sjimon en Levi, de zonen van Ja’akov, uit wraak voor de aanranding van hun zuster Dina in het 34e hoofdstuk van Genesis.

Bron: NIK

De Status van de Wetgeving
door Rav Friedrich

Klik hier

 

                                                                                         PARASHAT YITRO

                                                                           Geschreven door Bracha Heintz


Het Joodse volk arriveert bij de berg Sinaï en ontvangt de tien geboden op twee tafels. Heb je je ooit afgevraagd waarom twee? Waarom niet één of drie of meer? Waarom kon G-d niet alle tien geboden op één steen zetten. Waren de stenen die voorhanden waren te klein?


Als ze wel allemaal op één steen waren gegraveerd, dan hadden alle tien geboden waarschijnlijk allemaal de ene onder de andere gestaan.


Laten we ons geheugen verfrissen en nog even kijken wat de tien geboden precies waren.


Op de eerste steen stond


1 Ik ben G-d jullie G-d, die jullie uit Egypte heeft gehaald.

2 U zult geen andere goden hebben.

3 U zult niet voor niets met G-d’s naam zweren.

4 Onthoud de shabbat.

5 Eer Uw vader en Uw moeder.


En op de tweede steen:

6 U zult niet moorden.

7 U zult geen overspel plegen.

8 U zult niet stelen.

9 U zult geen valse getuigenis afleggen.

10 U zult het huis van een ander niet begeren enz…


Nu dat er twee tafels zijn, constateren wij dat er vijf geboden op de ene tafel staan en vijf op de andere. Dat is een mooie en eerlijke verdeling. De eerste vijf zijn tussen mens en G-d en de laatste vijf tussen mens en mens. Maar je kunt er nog meer mee doen. De Midrash vertelt ons dat je ze ook horizontaal kunt lezen. Dan lees je na het eerste gebod, het zesde gebod en na het tweede gebod het zevende enz…


Op deze manier staat het geloven in G-d naast het verbod om te vermoorden. Hierin schuilen twee belangrijke lessen.


In de achttiende eeuw begon de industriële revolutie. Na eeuwen weinig vooruitgang te hebben geboekt barstten ineens bronnen van kennis en verandering los. De ene ontdekking na de andere vond plaats. Vele van deze technische hoogstanden waren al veel eerder ontdekt. De stoommachine bijvoorbeeld deed reeds in de eerste eeuw haar intrede. Het werd toen als een soort speelgoed gezien zonder enkele praktische toepassing. Nu werd alles in de praktijk gebracht. Allerlei machines vervingen spierkracht, vermoeidheid en armoede. Zij verbeterden de economische omstandigheden. Tegelijkertijd ontwikkelde zich een nieuwe filosofie en een nieuwe manier van leven: weg met geloof en bijgeloof. We hebben G-d niet meer nodig. We hebben nu alles zelf uitgevonden. Wij kunnen alles logisch verklaren. Alles kan in een laboratorium ontdekt en bewezen worden. De ene theorie volgt de andere op. Let op… het zijn veelal theorieën m.a.w. het zou zo kunnen zijn, maar misschien is het ook anders, het is maar een theorie, een mogelijkheid, we gaan er van uit dat het zo had kunnen zijn en daarop wordt een hele wetenschap, filosofie en geloof op gebouwd.


We hebben alles onder controle en kunnen zelf met onze kennis en wijsheid een goede maatschappij creëren. Met al deze nieuwe wijsheid kunnen wij maatschappelijke en morele regels zelf als mens bepalen. G-dsdienst en religieuze regels zijn passé. Wij kunnen met onze logica heel goed vatten dat stelen en moord niet hand in hand gaan met een gezonde samenleving. Vroeger hadden we G-d nodig om ons te genezen, om wonderbaarlijke feiten te verklaren en ons regels te dicteren.  Maar nu is Hij door de wetenschap vervangen. Een overbodige G-d dus.


Niets nieuws onder de zon, zou onze koning Salomon zeggen. De slang hield er ook al soortgelijke ideeën op na. Hij overtuigde Chawa om van de boom te eten zodat “Jullie zullen zijn net als G-d die goed en kwaad kent” (Bereeshiet 3-6). Als Chawa van de verboden vrucht zou eten zou ze een soort slimheid verkrijgen waardoor ze op G-d zou lijken. U zult het niet geloven, maar het lijkt alsof G-d wel enige concurrentie heeft!


Tijdens de verlichting opperde men dat gebod 6 heel goed zou functioneren zonder gebod 1. We plegen geen moord (6), maar daar hebben we G-d niet voor nodig (1).


Misschien zou deze gedachtegoed nog steeds standhouden waren het niet dat het helemaal mis ging. In een land waar wetenschap en cultuur bloeiden en groeiden vonden de grootste gruwelijkheden plaats. U heeft het al geraden. De grootste componisten, de meest geavanceerde universiteiten waren in Duitsland geconcentreerd.  Na het vergassen van 12.000 mensen per dag gingen de SS’ers ‘s avonds van een prachtig Bach of Mozart concert genieten. In de avonduren na het “werk” aaiden zij hun trouwe honden en genoten zij samen met hun echtgenoten van voortreffelijke wijn. Inderdaad wat is er mis met moord als je niet in G-d gelooft? Helemaal niets. Op het moment dat het wel of niet vermoorden een menselijke keuze is dan is het aan iedereen om te oordelen volgens zijn verstand en gevoelens. Vindt iemand het rechtvaardig en juist om één persoon of zes miljoen te vermoorden voor welke reden dan ook, waarom niet? Het is dan puur een kwestie van persoonlijke mening, smaak en mode. Niemand kan objectief bepalen of een gedrag ethisch is of niet.


Een mens vermoorden is onacceptabel, daar zijn velen het over eens. Maar hoe zit het dan met een heel oud vrouwtje die vreselijk lijdt aan een ongeneeslijke ziekte? Of een Chinees? een Jood? Een neger? Een gestoorde persoon? Een beetje gestoord? Heel erg gestoord? Of een ongewilde baby? Een ongeboren baby? Vier maanden zwanger niet, maar daarvoor wel? Waar ligt de grens? Wie bepaalt die grens? Gebod 1 is nodig om gebod 6 te kunnen uitvoeren. Als de mens over leven en dood beslist eindigen wij in Auschwitz.


En nu het omgekeerde. Het religieuze kwaad.


Gebod nummer 1, het geloven in G-d, in ere houden en gebod 6 negeren.

Foute boel: zolang je in G-d gelooft mag je links en rechts vermoorden, zelfs en juist in de naam van religie? Door de eeuwen heen zijn hele volkeren uitgeroeid omdat ze een andere G-dsdienst aanhingen. Geen wonder dat velen zo een soort G-dsdienst verafschuwen. Omdat gebod 1 dan eenzaam rechts staat, zonder zijn linker maatje nummer 6.


De tien geboden zijn geen multiple choice,  geen keuze pakket!

G-dsdienst en moord passen niet bij elkaar. Als je G-d eert, eer je ook Zijn schepselen. Het leven van elk schepsel dient in stand te worden gehouden en gerespecteerd te worden. Als het belangrijk genoeg was voor G-d om iemand te creëren, wie zijn wij dan om het te verachten, laat staan te vermoorden. Moord gaat regelrecht tegen de schepping in. Wie G-d’s schepsel kapot maakt heeft geen respect voor G-d zelf.


Precies 3330 jaar geleden heeft het Joodse volk een tien-cijferige code op de berg Sinaï gekregen. Daarmee heeft het Joodse volk een beschaving verkregen gebaseerd op rechtvaardigheid, vrede, respect en liefde. Afgodsdienst, kinderoffers en wreedheid waren toen de norm.  Een revolutionaire code werd aan de mensheid via het Joodse volk aangeboden. Een code die je zowel verticaal als horizontaal dient te gebruiken. Wanneer je deze beschaving wilt creëren en handhaven moet je wel alle toetsen indrukken, anders werkt de code niet en kom je niet naar binnen.


Wanneer de tien geboden in shul gelezen worden gaat iedereen staan. Het is alsof wij zelf bij de berg Sinaï staan. We nemen de tien geboden en daarmee de hele Torah opnieuw op ons. Niet alleen wat er duidelijk staat, maar ook wat de Tora op subtiele wijze en in verschillende richtingen laat doorschemeren. Shabbat Shalom!


Bracha Heintz

Gebaseerd op een artikel van Rav YY Jacobson