Het Pad van de Noachied

Kli

Noachieden "houden" geen shabbat zoals de Joden dat specifiek doen, dragen geen gebedskleden en bevestigen ook geen mezuzah aan de deur. Waarom? Alle specifieke, niet-rationele geboden zijn in het verbond aan het Joodse Volk gegeven. Een speciale dag voor studie, gebed, feestelijke maaltijden, of het bij elkaar komen voor bijzondere gebeurtenissen kan op ieder dag van de week. Sommige Noachieden zijn in de gelegenheid om een synagoge e bezoeken, maar de meesten luisteren online naar lezingen en studie's van rabbijnen in binnen en buitenland. Naast de persoonlijke spirituele beleving is het buitengewoon belangrijk om hulp aan armen te geven (Tsedaka), dierenwelzijn te bevorderen, de  zieken te bezoeken en het streven naar een goede behandeling en bescherming  van kwetsbare mensen.

Het navolgen van de  zeven noachidische voorschriften en de in-depth Torah studie ervan vormen het fundament voor het pad van de Noachied.

wordt vervolgd.

Het verbod op Lasjon Hara (kwaadspreken)

De Talmoed vertelt dat de tong een zo gevaarlijk instru­ment is, dat hij achter twee bescher­mende muren (de lippen en de tanden) verborgen moet blijven, zodat wij hem niet kunnen zien, om misbruik te voorkomen. 

De schade die ontstaat door praten is erger dan de schade die ontstaat door stelen of oplichten, want dat zijn financiële schades, die te compenseren zijn, maar schade die door woorden is gemaakt, valt nimmer te repareren. Daarom zeggen sommige bronnen dat er geen vergiffenis bestaat voor lasjon ha-ra [kwaad­spreken]. Een Chassidisch verhaal illustreert dit: Een man vertelde eens in zijn dorp roddelverhalen over de plaatselijke Rabbijn. Later realiseerde hij zich wat hij verkeerd gedaan had en hij kreeg spijt. Hij ging naar de rabbijn en vroeg om vergiffenis, en hij verklaarde dat hij bereid was om alles te doen om het weer goed te maken. „Neem een zak met graan", sprak de Rabbijn, „en strooi dat uit in de wind, en kom over een week weer bij mij terug." De man vond dat een vreemd antwoord, maar omdat het makkelijk was uit te voeren, deed hij dat. Na een week kwam hij terug bij de Rabbijn, om te vertellen wat hij gedaan had en om te vragen wat hij nu verder nog moest doen. „Ga nu al die graankorrels verzamelen," zei de Rabbijn. „Maar hoe kan dat nou," reageerde de man verbaasd, „die zaden zijn alle kanten op gewaaid en sommige zijn al in de grond terecht gekomen en hebben daar misschien al wortel geschoten." „Precies," zei de Rabbi, „zo is het ook met je geroddel. Al je woorden zijn verspreid in de wind en sommige hebben wortel geschoten, en die kun je net zo min ongedaan maken als je die graankorrels niet meer kunt verzamelen.De schade die je veroorzaakt heb is niet meer te herstellen" 

Spraak is als een afgeschoten pijl. Als hij eenmaal is losgelaten, keert hij nimmer meer terug. De schade die is aangericht door kwaadspreken, is onvoorspelbaar en onherstelbaar. 

Roddel

Er zijn twee mitswot in Tora  die gaan over onbehoorlijk spreken: „Je zult niet rondgaan onder je volk als een roddelaar" (Lev. 19:16), en „Je zult een ander geen kwaad doen" (Lev. 25:17), hetgeen traditioneel wordt opgevat als iemand  kwaad doen, door over hem te praten. 

Roddel is in feite alles wat we over iemand anders vertellen. Het Hebreeuwse woord voor roddel is rachiloet, dat is afgeleid van een woord (RaCHaL) dat leuren of venten betekent. Het idee daarachter is, dat een roddelaar vergelijbaar is met een koopman. Zijn koopwaar is zijn roddelverhalen. Hij handelt in infor­matie, in plaats van in goederen. Wij leven in het „Informatie-tijdperk", waar het product „informatie" dagelijks in de media ge- en misbruikt wordt. Maar we zien dat het niets nieuws is en dat het al in Tora genoemd wordt. 

Men overtreedt deze mitswa als men over een ander persoon praat, zelfs al is het waar, zelfs al is het niet negatief, zelfs al is het niet geheim, zelfs al schaadt het niemand, zelfs al zou de persoon waarover het gaat, het misschien desgevraagd ook verteld hebben, dan nog is het roddel en verboden! Er wordt gezegd dat roddelen tot bloedvergieten kan komen. Daarom zijn de volgende woorden van Tora: „Je zult niet stil zijn als het bloed van je naaste vergoten wordt." 

Degene die luistert naar roddel is nog erger dan degene die het vertelt, want men kan met roddel geen kwaad doen als er niemand naar luistert. Daarom wordt er gezegd dat lasjon ha-ra drie mensen doodt, degene die het spreekt, degene die er naar luistert en degene over wie het gaat. 

Volgens de Joodse wet wordt alles als geheim beschouwd, tenzij iemand expliciet zegt dat het geopen­baard mag worden. Daarom zul je kunnen opmerken dat in Tora G-d steeds tegen Mosjé zegt: „Spreek tegen de Israëlieten en zeg hen…": Als G-d dat niet expliciet tegen Mosjé gezegd had, zou het Mosjé verboden zijn de woorden van G-d te herhalen. Er bestaat geen tijdslimiet op geheimen. De Tal­moed vertelt van een Tora-student die een geheim na 22 jaar onthult, en die daarop onmiddellijk uit het leerhuis werd verbannen. 

De ernstigste van deze roddelverhalen is lasjon ha-ra [letterlijk: de kwade tong]. Dit is iemand in diskre­diet brengen door negatieve dingen over hem te vertellen, zelfs al zijn deze negatieve dingen waar. De Talmoed vergelijkt dit met de drie ernstigste misdaden die een mens kan begaan: moord, afgoderij en incest. Wanneer men voor de keuze staat om een van deze drie misdaden te begaan of om zijn eigen leven op te geven (de Hemel beware ons daarvoor), dat moet men zijn eigen leven daarvoor opofferen. De Tal­moed zegt  dat lasjon ha-ra even erg is als alle drie deze misdaden samen, want het kan een van de drie, of zelfs alledrie deze misdaden ten gevolge hebben.

Het is verboden om zelfs maar iets negatiefs over iemand te suggereren. Het is ook verboden om voor de grap iets negatiefs over iemand te zeggen. Het wordt ook als een „schaduw" van lasjon ha-ra beschouwd, als men iets positiefs over iemand vertelt, in aanwezigheid van zijn vijand (of iemand die een hekel aanhem heeft), want dat zal zijn vijand aan­spo­ren om iets negatiefs te antwoorden over die persoon, om je tegen te spreken. Daarom moet men ook geen positieve dingen over iemand vertellen, want toehoorders zijn altijd geneigd daar iets negatiefs tege­nover te stellen. Men hoort nu eenmaal liever negatieve kritiek over iemand anders, dan iets positiefs.! 

Iemand die lastertaal over iemand spreekt, spreekt motsei sjeem ra. Dat doet men als men valse negatieve verhalen over iemand vertelt. Dit wordt beschouwd als het laagste van het laagste.

Het wordt in het algemeen niet als een zonde beschouwd om iets te herhalen dat in het bijzijn van drie personen verteld werd door de betrokkene zelf. Want dan heeft hij het zelf reeds „openbaar" gemaakt. Maar dit geldt niet als in aanwezigheid van drie personen over iemand anders geroddeld wordt. Dan mag men het zeker niet verder vertellen. En ook als men het van de betrokkene zelf in aanwezigheid van drie personen gehoord heeft, moet men het niet verder vertellen, wanneer duidelijk is, dat het roddelverhaal daarmee verder verspreid wordt. 

Wanneer is het toegestaan over iemand anders te praten? 

Er zijn een paar omstandigheden die een uitzondering vormen, waarbij het niet alleen is toegestaan om iets negatiefs over een ander te vertellen, maar waar het zelfs gewenst of zelfs vereist is. Dit geldt in de eerste plaats voor een Joodse rechtbank (een Beit Din), want het is een mitswa om te getuigen en die mitswa  schuift het verbod op lasjon ha-ra opzij. Dus men is voor een Beit Din verplicht dingen te onthul­len over iemand, zelfs wanneer men die in strikt vertrouwen heeft gehoord, zelfs wanneer dat de persoon in kwestie zal schaden. Dit alles uitsluitend wanneer de rechters van het Beit Din daarom vragen. 

Men is ook verplicht informatie te onthullen als men daarmee iemand kan beschermen tegen onmiddel­lijke en ernstige schade. Bijvoorbeeld, wanneer men hoort dat iemand van plan is een ander te vermoor­den, dan is hij verplicht dat te melden. Hier schuift het gebod: „Je zult niet ijdel ter zijde blijven staan als het bloed van je naaste verspild wordt," het verbod op Lasjon ha-ra terzijde.

Onder bepaalde omstandigheden is het ook toegestaan negatieve informatie over iemand te onthullen, wanneer duidelijk is dat iemand anders met deze persoon een relatie zal aangaan, die hem schade zal veroorzaken en die met deze informatie kan worden voorkomen. Bijvoorbeeld mag men aan iemand vertellen dat een potentiële bedrijfspartner onbetrouwbaar is. Maar wanneer men hem van de relatie kan afhouden, zonder de negatieve informatie te onthullen, heeft dat de voorkeur. 

Iemand met woorden schaden 

Leviticus 25:17 zegt: „Je zult iemand geen nadeel berokkenen." Dit wordt traditioneel opgevat dat men iemand niet met woorden mag schaden. Het houdt teven iedere uitlating in die beschamend, beledigend of deni­grerend is voor iemand anders, of die iemand emotionele pijn veroortzaakt. 

Voor verdere bestudering van de wetten van Lasjon Hara 

http://torah.org/learning/halashon/

.