Het Pad van de Noachied

Kli

PESACH 5778
Door Bracha Heintz.
Het magische getal met Pesach is 4. We drinken vier bekers wijn, we stellen vier vragen (Ma Nishtana) en we hebben vier kinderen aan tafel:
Één (echad) is wijs.
Één heeft slechte bedoelingen.
Één is onschuldig.
En één die niet weet wat hij vragen moet.
Pesach is een communicatie dag, die ene avond in het jaar dat Papa’s krijgen om het Jodendom aan hun kinderen over te brengen. Niet alleen met woorden en uitleg, maar er zit een hele show aan vast. Op een bepaalde volgorde (seder=volgorde) wordt er een 15 stappenplan uitgevoerd, compleet met geluidseffecten (stromend bloed, kwakende kikkers, vallende hagel, sissende sprinkhanen gemengd met onze traditionele Pesach liederen) met uitleg en beleving.
En met wie communiceren wij dan? Met vier verschillende types, de vier zonen. De Haggada leert ons om iedereen te benaderen zoals hij is…ieder kind krijgt een antwoord dat bij hem past.
Maar waarom staat er steeds vóór elke zoon het woord “Één”? Waarom niet alle vier achter elkaar benoemen? Zoiets als: De Torah spreekt over vier zonen, de wijze, de slechterik de naïeve en de onschuldige. Maar zo staat het niet. Kijk maar:” Één is wijs, Één is slecht enz…
En waar halen onze geleerden deze vier zonen überhaupt vandaan?
Op vier verschillende plaatsen in de Torah gebiedt G-d ons om de geschiedenis van de uittocht uit Egypte aan onze zoon te vertellen. Vier keer hetzelfde? Nee, concluderen onze geleerden. Als het vier keer genoemd wordt, zitten er vier verschillende bedoelingen achter. Vier verschillende zonen en natuurlijk ook de vijfde die nergens genoemd wordt omdat hij helaas nog afwezig is.
Het stappenblad kan nu beginnen, mits je elk type benadert op een manier die hem aanspreekt. De Haggada helpt ons verder en biedt kant en klare antwoorden en oplossingen. Een les in pedagogie van de hoogste klasse, direct uit de Torah gehaald!
De herhaling van het woordje “één" blijft ons verbazen. De realiteit is dat alle vier één zijn. Wij zijn zelf die ene persoon en in ons zijn vier zonen verstopt, vier types en vier vragen. De Haggada geeft ons vier antwoorden.
Niet alleen hebben onze kinderen vragen, bezwaren, moeilijkheden en kritiek op het Jodendom. Die hebben wij zelf natuurlijk ook. Soms één soort vraag soms twee, drie of vier…
Onze wijze kant stelt de eerste vraag: "Waarom hebben wij eigenlijk zo veel verschillende wetten? Edoet (de begrijpelijke regels), choekim (de onbegrijpelijke regels) en mishpatiem (de civiele regels)". De reden voor civiele regels en begrijpelijke regels zijn vatbaar, maar hoe zit het met de onbegrijpelijke regels? Wat moeten we daarmee? Daar hebben we moeite mee. Daar kunnen we met ons verstand niet bij. Die willen wij niet uitvoeren! We zitten vast, geblokkeerd. Het heeft geen smaak en het is niet leuk en de matsa heeft ook geen smaak. We protesteren.
Hoe beantwoordt de Haggada deze eerste vraag?
“We eten geen toetje na de Afikoman (het laatste stukje matsa dat aan het einde van de maaltijd gegeten wordt)”. De smakeloze matsa is wat in onze mond zal blijven voor de rest van de avond om ons te vertellen dat smakeloze dingen juist meer smaak hebben. Zouden we alle regels begrijpen dan zouden wij heel veel missen. Het is net een kind die rekenen gaat leren met een wiskunde professor. Het kind zal maar heel weinig aan dit lesje hebben aangezien een wiskunde professor zijn gigantische kennis nooit aan een kleuter kan doorgeven. Uiteindelijk mist het kind alles. Hoe kunnen wij met onze hersens die G-d gemaakt heeft G-d begrijpen? Hoe kan een computer de programmeur vatten?
Om de regels te kunnen begrijpen, moet G-d ze voor ons heel erg naar beneden brengen. Zo laag zelfs dat onze menselijke begrensde intellect ze kan vatten. Maar G-d heeft nog vele andere aspecten die zo hoog zijn dat ze hier niet op papier gezet kunnen worden, niet uitgesproken of geschreven kunnen worden en niet uitgelegd kunnen worden. Het niveau is zo hoog dat het in deze wereld niet zou passen.
Door de onbegrijpelijke geboden uit te voeren, verbinden wij ons met een deel van G-d dat te hoog is om zich in het verstand uit te drukken. Je verbindt je met een smaak die je hier niet proeft maar die des te hoger is. Smakeloze matsa is geen nadeel, in tegendeel het is een gelegenheid om een hoger niveau te raken.
De tweede vraag:
In ons schuilt ook een slechterik. Die heeft ook een vraag: ”Waar zijn jullie (niet wij) vanavond toch mee bezig? M.a.w. wat maakt dit allemaal uit? Denk je nou echt dat G-d zich over ons bekommert. Heb je ooit de aardbol vanuit de hemel gezien? Het is maar een heel klein balletje. We zijn nog geen vlekje in de kosmos.
Hoe beantwoordt je dit depressieve aspect van jezelf? Dit stemmetje dat alsmaar zegt dat je niets waard bent en dat het niets uitmaakt.
De Haggada geeft raad: “Maak de tanden stom”. Maak je geen overdreven zorgen over alles wat onze depressieve kant verzint. Hij roept veel maar de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend. Waarschijnlijk voelt deze arme ziel zich buitengesloten en heeft daardoor besloten om afstand te doen. Betrek hem er weer bij en maak hem attent op het feit dat elke detail van belang is. Ook al zijn we maar een knikker in de kosmos, bereiken wij door het uitvoeren van de geboden een niveau waar zelfs de engelen in de hogere sferen niet bij kunnen. Sinds wij bij de berg Sinai de Torah hebben ontvangen telt iedereen, die daar stond mee. Jij (ik) ook en niet zoals daarvoor in Egypte, wanneer 80% van het Joodse volk niet mee met de uittocht wilden en in Egypte is gebleven.
Nummer drie is de Tam, de naïeve zoon. Maar Tam betekent ook volmaakt en compleet. Dat is het deel van ons dat denkt alles te kunnen en te hebben. Hem maken we attent op het feit dat het G-d is die ons uit Egypte heeft gehaald en niet wijzelf.
Ten slotte is er ook een deel van ons dat niet weet hoe hij moet vragen. Zoon nummer vier. Iets weten betekent dat je jezelf ermee verbindt. Maar dit stemmetje zegt dat het hem niets kan schelen. Apathie en onverschilligheid zijn lastig. Maar de Haggada weet hier ook raad mee en vertelt ons: "Jij moet beginnen met contact op te zoeken,(את פתח לו)". Open de warmte van je hart en je zult automatisch respons krijgen. Wanneer je anderen en jezelf met warmte benadert is er geen ruimte meer voor onverschilligheid.
Tot zover de vier zonen/stemmetjes/vragen in je hart en ziel, waar de Haggada je in begeleidt, een pedagogische les van de hoogste klasse, direct uit de Torah genomen hoe je met anderen maar ook met jezelf om moet gaan! Een "nieuwe" manier om je eigen grenzen te overschrijden. Niet alleen met Pesach maar het hele jaar door. Sucess ermee en geniet nog lang na van de "smakeloze" matses!
Pesach Kasher weSameeach!
Bracha Heintz
Gebaseerd op een les van Rav YY Jacobson en de Sefat Emet.

Vendyl Jones was een van de meest bekende Noachieden. Na zijn theologie studie werd hij een dominee in een Baptistenkerk. Hij  kreeg twijfels over het christelijk geloof. Na een verdiepende periode waarin hij lessen volgde op een Torah-school besloot hij persoonlijk onderricht van  orthodoxe rabbijnen te vragen. Naast theologie studeerde Jones ook archeologie. Hij publiceerde veel over bijbelse archeologie en hij  inspireerde vele mensen om de filosofie van de Noachieden te onderzoeken. Zijn persoonlijke zoektocht in een goed verstaand van de noachidische wetten heeft er toe geleid dat vele rabbi's dit gebied opnieuw onderzochten en zijn gaan onderwijzen aan niet-Joden.

wordt vervolgd

Rabbijn Menachem Mendel Schneerson, was de zevende leider van de Chabad-beweging. ook wel de Lubavitcher Rebbe genoemd. Hij werd geboren in  1902 in Rusland. Hij overleed in 1994).

Chabad is overigens de afkorting van chochma, bina en da'at (kennis,wijsheid en inzicht,  de drie hogere eigenschappen die kenmerkend voor de mens zijn). Chabad-Lubavitch is een van de grootste chassidische bewegingen in de wereld.